Afrikaantje (Tagetes) is een geslacht van eenjarige en meerjarige planten uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Er zijn vele tientallen soorten die van nature voorkomen in de warmere streken van Midden-Amerika en vooral in Mexico. De naam "afrikaantje" slaat dus niet op het gebied van herkomst.
Het afrikaantje is een tuinplant. Aan het einde van de 16e eeuw werden de soorten Tagetes patula en Tagetes erecta in Europa ingevoerd. Sindsdien zijn er vele hybriden verschenen.
De Spanjaarden voerden deze plant in vanuit Mexico. Tijdens de periode van Karel V is deze plant verder uitgezaaid naar Tunesië en Spanje. Nu groeien ze in het wild in vele continenten zoals: Afrika, Europa, Azië, en Noord-Amerika.
Afrikaantjes hebben matig voedselrijke grond nodig en veel zon. Op een plek in de halfschaduw kunnen de planten ook goed gedijen. Een vochtige en goed doorlatende grond is optimaal voor de ontwikkeling. Het uitplanten dient te gebeuren in het vroege voorjaar.
De plant doodt wortellesieaaltjes (Pratylenchus-soorten) en houdt insecten uit de buurt, wat haar in de volksmond ook de bijnaam "stinkertje" heeft opgeleverd.
Een selectie van de soorten:
Afrikaantje (Tagetes) is een geslacht van eenjarige en meerjarige planten uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Er zijn vele tientallen soorten die van nature voorkomen in de warmere streken van Midden-Amerika en vooral in Mexico. De naam "afrikaantje" slaat dus niet op het gebied van herkomst.
Het afrikaantje is een tuinplant. Aan het einde van de 16e eeuw werden de soorten Tagetes patula en Tagetes erecta in Europa ingevoerd. Sindsdien zijn er vele hybriden verschenen.